Blog

Hoe kies je de juiste opspanning?

Kemmler gereedschapshouders, krimphouders, spantangen en machineklemmen voor CNC-verspaning

Hoe de juiste opspanning kiezen als het werkstuk verschuift, trilt of vervormt?

De juiste opspanning kiezen is bepalend voor maatvastheid, oppervlaktekwaliteit en proceszekerheid bij CNC-bewerking. Zodra een werkstuk tijdens frezen, boren, tappen, ruimen of draaien verschuift, trilt of vervormt onder klemkracht, ontstaan problemen met tolerantie, spaanvorming, oppervlakteruwheid en standtijd.

Voor CNC-operators, werkmeesters, methode-engineers, aankopers en technische beslissers is opspanning geen randvoorwaarde, maar een kernonderdeel van het verspaningsproces. In veel gevallen ligt de oorzaak van chatter, maatverloop of onregelmatige slijtage niet alleen bij het snijgereedschap, maar bij een opspanconcept dat onvoldoende steun geeft of de krachten verkeerd in het werkstuk brengt.

Kort antwoord

De juiste opspanning kiezen betekent dat het werkstuk stabiel wordt gepositioneerd, de snijkrachten veilig worden opgenomen en vervorming door klemkracht zoveel mogelijk wordt beperkt. Een goede opspanning combineert herhaalbare referenties, voldoende contactvlak, logische klemrichting en steun op plaatsen waar doorbuiging of resonantie kan ontstaan.

  • Klem het werkstuk waar het voldoende stijf is.
  • Ondersteun zones waar doorbuiging, trilling of vervorming kan ontstaan.
  • Laat de klemkracht het werkstuk tegen de referentie drukken, niet ervan weg.
  • Beperk uitkraging van werkstuk en gereedschap waar mogelijk.
  • Maak eerst de opspanning stabiel voordat Vc, fz, ap of ae worden verfijnd.

Advies nodig over opspangereedschap voor uw CNC-toepassing?

DNS Tools BV helpt Belgische verspanende bedrijven bij de keuze van praktisch inzetbaar opspangereedschap voor frezen, boren, tappen, ruimen en draaien. Daarbij kijken we niet alleen naar het spansysteem, maar ook naar materiaal, werkstukvorm, bewerkingsvolgorde, machineconditie, koeling en seriegrootte.

Opspangereedschap En CncOplossingen Via Dns Tools Bv
Bekijk het assortiment opspangereedschap van DNS Tools BV voor stabiele CNC-bewerking.

Voor een eerste overzicht van beschikbare oplossingen kunt u het assortiment opspangereedschap bij DNS Tools BV raadplegen.

Wat valt onder opspanning bij CNC-bewerking?

Opspanning is het geheel van positioneren, ondersteunen en klemmen van een werkstuk tijdens een verspanende bewerking. Het doel is dat het werkstuk tijdens de volledige bewerkingscyclus op zijn plaats blijft, zonder ongewenste verplaatsing, trilling of vervorming.

In de praktijk omvat opspanning meer dan een machineklem of klauwplaat alleen. Ook referentievlakken, aanslagen, steunpunten, bekken, modulaire elementen, tussenlagen, spanplaten en opspanvolgorde bepalen of het proces stabiel blijft.

  • Frezen van blokken, platen, dunwandige delen en asymmetrische onderdelen.
  • Boren, tappen en ruimen met axiale belasting op het werkstuk.
  • Draaien van korte, lange of slanke werkstukken met aandacht voor concentriciteit.
  • Nabewerken van afgewerkte oppervlakken zonder afdrukken of vervorming.
  • Opspannen van RVS, inox, staal, aluminium, gietijzer, non-ferro en moeilijk verspaanbare materialen.
  • Modulaire opspanning voor terugkerende stukken, meerdere referenties of kortere omsteltijden.

Welke opspanning past bij welke situatie?

De geschikte opspanning hangt af van werkstukgeometrie, bewerkingstype, snijkracht, bereikbaarheid en gewenste herhaalbaarheid. Onderstaande tabel helpt om typische situaties in de werkplaats snel te koppelen aan een geschikte denkrichting.

Situatie Geschikte oplossing Waarom Aandachtspunt
Compact blokmateriaal Machineklem, vaste aanslag of modulair spansysteem Het werkstuk heeft voldoende stijfheid en duidelijke referentievlakken Controleer dat het contactvlak vlak, proper en braamvrij is
Dunwandig onderdeel Zachte klemming, bekken op maat of grotere contactoppervlakken De klemkracht wordt beter verdeeld en lokale vervorming wordt beperkt Te veel klemkracht kan het onderdeel na ontspannen buiten maat brengen
Lange as of slank draaiwerk Klauwplaat met extra ondersteuning waar nodig Ondersteuning beperkt doorbuiging en instabiliteit tijdens draaien Let op concentriciteit, uitkraging en de positie van de snijkracht
Plaat of ring met weinig steunvlak Extra steunpunten, vlakke oplegging of aangepaste opspanplaat Doorbuiging en resonantie worden beperkt tijdens frezen of boren Voorkom dat de klemkracht het werkstuk uit zijn referentie trekt
Afgewerkt of gevoelig oppervlak Tussenlagen, zachte bekken of vormgesloten ondersteuning Afdrukken en lokale beschadiging worden beperkt Controleer of de tussenlaag geen onnauwkeurigheid of veereffect veroorzaakt
Meerdere bewerkingen in één opstelling Modulaire opspanning met vaste referenties Bereikbaarheid, herhaalbaarheid en omsteltijd kunnen samen worden geoptimaliseerd Controleer vooraf toegang voor frees, boor, meettaster en koeling

Waarop komt de keuze van een opspanning in de praktijk neer?

Een goede opspanning moet drie dingen tegelijk doen: het werkstuk stabiel positioneren, de snijkrachten veilig opnemen en vervorming beperken. Wie de juiste opspanning kiezen wil, kijkt daarom niet alleen naar “vast is vast”, maar naar de volledige belasting tijdens de bewerking.

Bij ruwbewerkingen met hogere snedediepte, wisselende ae en onderbroken snede lopen de krachten anders op dan bij een lichte nabewerking. Ook voeding per tand, snijsnelheid, koelmiddel, MQL en de positie van het gereedschap ten opzichte van het klempunt hebben invloed op de stabiliteit.

Een zwakke opspanning veroorzaakt niet alleen trillingen. Ze kan ook leiden tot ongunstige spaanvorm, hogere warmte-inbreng en kortere standtijd van het snijgereedschap. In veel gevallen ligt de oorzaak van instabiliteit niet bij de frees, boor, tap, ruimer of wisselplaat, maar bij een opspanning die te weinig steun geeft of het werkstuk op de verkeerde plaats belast.

Wat betekent snijkracht bij opspanning?

Snijkracht is de kracht die ontstaat wanneer het snijgereedschap materiaal verwijdert. Die kracht moet via het werkstuk naar de opspanning en de machine worden afgevoerd zonder ongewenste beweging, doorbuiging of lossing.

Bij frezen werken snijkrachten vaak zijwaarts en pulserend, zeker bij uitkraging, grote ae of een onrustige loop. Bij boren en tappen zijn axiale krachten belangrijker. Bij draaien is de combinatie van klemming, concentriciteit en ondersteuning kritisch, vooral bij slanke of lange werkstukken.

Waarom begint de juiste opspanning kiezen bij werkstukvorm?

De werkstukvorm bepaalt waar het onderdeel stijf is, waar het kan doorbuigen en waar klemkracht vervorming kan veroorzaken. Een compact blok reageert anders dan een dunwandig deel, een lange as, een ring of een plaat met weinig steunvlak.

De juiste opspanning kiezen betekent daarom: klemmen waar het werkstuk stijf is, ondersteunen waar doorbuiging dreigt en vrije toegang houden tot de te bewerken zones. Dunwandige onderdelen vragen vaak een groter contactoppervlak en een gelijkmatige drukverdeling. Te lokaal klemmen kan verschuiven verminderen, maar tegelijk vervorming veroorzaken. Na ontspannen veert het stuk dan terug en kan de maat afwijken.

Welke rol spelen contactvlak, steun en klemrichting?

Contactvlak, steun en klemrichting bepalen of een opspanning herhaalbaar en stabiel is. Zonder duidelijke aanslag- en steunpunten kan het nulpuntgedrag van het werkstuk veranderen, ook wanneer de klemming stevig lijkt.

Een stabiele opspanning steunt op duidelijke referenties. Let in de praktijk vooral op voldoende contactvlak, logische krachtinleiding en minimale hefboomwerking. Hoe groter de afstand tussen snijpunt en klempunt, hoe groter de kans op trillen, verschuiven of lostrekken.

  • Klem bij voorkeur zo laag mogelijk en dicht bij de zone waar de hoogste belasting ontstaat.
  • Gebruik steunpunten om doorbuiging te vermijden, vooral bij platen, ringen en slanke delen.
  • Vermijd dat de klemkracht het werkstuk uit zijn referentie trekt in plaats van ertegen te drukken.
  • Controleer of het contactvlak proper, braamvrij en vlak genoeg is voor herhaalbare opspanning.
  • Beoordeel de opspanning op basis van snijrichting en hefboomwerking, niet alleen op gevoel.

Wat is een referentiepunt in opspanning?

Een referentiepunt is een vast punt, vlak of aanslag waartegen het werkstuk reproduceerbaar wordt gepositioneerd. Goede referentiepunten zorgen ervoor dat het werkstuk bij elke opspanning op dezelfde plaats ligt ten opzichte van nulpunt, gereedschap en bewerking.

Referentiepunten moeten tijdens de bewerking behouden blijven. Wanneer een referentievlak wordt weggefreesd of wanneer de klemkracht het werkstuk van de aanslag wegduwt, ontstaat risico op maatverschil tussen stukken of tussen bewerkingsfasen.

Hoe vermijd je trillingen, chatter en slechte oppervlaktekwaliteit?

Trillingen ontstaan meestal door een combinatie van factoren. Een te lange uitkraging, een lichte opspanning, een agressieve gereedschapsbaan of een ongunstige combinatie van ap, ae en voeding kunnen elkaar versterken.

Als het werkstuk begint te zingen, wordt de belasting wisselend. Dat kan leiden tot chatter, slechtere maatvoering, onregelmatige oppervlakteruwheid en snellere slijtage van de snede. Bij taaie materialen kan een onrustige snede build-up edge bevorderen. Bij materialen die gevoelig zijn voor koudverharding wordt herhaald schuren zonder echte spaanafname extra problematisch.

Wat is chatter bij verspaning?

Chatter is een zelfversterkende trilling tussen machine, gereedschap, werkstuk en opspanning tijdens het verspanen. Het gevolg kan zichtbaar zijn als trillingsmarkeringen op het oppervlak, hoorbaar als zingen en meetbaar als maatinstabiliteit.

De oplossing zit vaak niet in één parameter, maar in een combinatie van maatregelen: stijver opspannen, uitkraging verkleinen, de bewerkingsvolgorde aanpassen en de snede constanter houden. Een goed ondersteund werkstuk laat vaak een stabielere voeding per tand toe en houdt de spaanafvoer voorspelbaarder. Dat helpt om warmte en trillingen beter onder controle te houden, zeker wanneer met beperkt koelmiddel of MQL wordt gewerkt.

Wat is build-up edge?

Build-up edge is materiaalopbouw op de snijkant van een gereedschap. Het verschijnsel kan optreden wanneer materiaal aan de snede hecht en de effectieve snijgeometrie tijdelijk verandert.

Een instabiele opspanning kan dit probleem versterken doordat de snede niet gelijkmatig snijdt maar deels wrijft of onrustig belast wordt. Vooral bij taaie materialen is een stabiele snede belangrijk voor voorspelbare spaanvorming en oppervlaktekwaliteit.

Wanneer kies je beter voor zachte klemming of modulaire opspanning?

Zachte klemming is nuttig wanneer maximale klemkracht meer schade veroorzaakt dan stabiliteit oplevert. Modulaire opspanning is interessant wanneer bereikbaarheid, herhaalbaarheid en omsteltijd samen moeten worden bekeken.

Niet elk werkstuk vraagt maximale klemkracht. Bij afgewerkte oppervlakken, dunwandige componenten of onderdelen met beperkte stijfheid is zachte, goed verdeelde klemming vaak verstandiger. Denk aan bekken op maat, tussenlagen of een opspanconcept dat het onderdeel ondersteunt in plaats van alleen samen te drukken. Zo beperk je afdrukken, ovaal trekken en lokale vervorming.

Wat is zachte klemming?

Zachte klemming is een opspanmethode waarbij de klemkracht gecontroleerd en over een groter of beter passend contactvlak wordt verdeeld. Het doel is om het werkstuk vast te houden zonder ongewenste afdrukken, ovaalvorming of elastische vervorming.

Deze aanpak is vooral relevant bij dunwandige werkstukken, afgewerkte oppervlakken, ringen, behuizingen en onderdelen waarbij de eindmaat pas na ontspannen correct kan worden beoordeeld.

Wat is modulaire opspanning?

Modulaire opspanning is een opspanconcept waarbij herbruikbare componenten worden gecombineerd om verschillende werkstukken, referenties of bewerkingen op te bouwen. Het systeem is vooral nuttig wanneer flexibiliteit, herhaalbaarheid en omsteltijd belangrijk zijn.

Voor methode-engineers is modulaire opspanning interessant omdat bereikbaarheid, herhaalbaarheid en procesopbouw samen bekeken kunnen worden. De juiste opspanning kiezen is dus niet alleen een technisch vraagstuk, maar ook een proceskeuze: hoeveel opspanningen zijn echt nodig, en waar levert een extra steunpunt meer op dan extra klemkracht?

Welke oplossingen vindt u binnen opspangereedschap?

Opspangereedschap omvat de middelen waarmee een werkstuk of gereedschap stabiel, herhaalbaar en veilig in de machine wordt gepositioneerd. Voor DNS Tools BV is het assortiment opspangereedschap een praktische basis om CNC-processen stabieler en beter beheersbaar te maken.

Machineklemmen en werkstukklemming

Machineklemmen zijn geschikt voor veel freesbewerkingen waarbij het werkstuk duidelijke contactvlakken heeft. De keuze hangt af van bekbreedte, klemkracht, bereikbaarheid, herhaalbaarheid en de manier waarop het werkstuk tegen de referentie wordt gedrukt.

Bekken, tussenlagen en aangepaste contactvlakken

Bekken op maat, zachte bekken of tussenlagen kunnen helpen om klemkracht beter te verdelen. Dat is vooral nuttig bij dunwandige delen, afgewerkte oppervlakken of onderdelen waarbij lokale druk tot meetbare vervorming kan leiden.

Steunpunten, aanslagen en modulaire elementen

Steunpunten en aanslagen bepalen of het werkstuk herhaalbaar ligt en of snijkrachten goed worden opgenomen. Modulaire elementen maken het mogelijk om verschillende werkstukken of bewerkingen flexibeler op te bouwen, zonder telkens een volledig nieuw opspanconcept te maken.

Opspanning voor draaien, frezen, boren en tappen

Bij draaien ligt de nadruk vaak op concentriciteit, klemlengte en ondersteuning. Bij frezen is vooral de combinatie van zijwaartse krachten, uitkraging, contactvlak en bereikbaarheid belangrijk. Bij boren, tappen en ruimen moeten axiale krachten worden opgenomen zonder dat het werkstuk verschuift of kantelt.

Hoe pak je opspanning praktisch aan in de werkplaats?

Een goede werkwijze begint met werkstuk, belasting en referentie, niet met het spansysteem dat toevallig beschikbaar is. Door de opspanning stap voor stap te beoordelen, worden veel procesproblemen zichtbaar voordat de eerste spaander valt.

  • Bekijk eerst de werkstukvorm: massief, dunwandig, lang, asymmetrisch of gevoelig voor vervorming.
  • Bepaal waar de hoogste snijkrachten komen op basis van bewerkingstype, gereedschapstraject en uitkraging.
  • Kies vaste referentiepunten die herhaalbaar zijn en niet wegvallen tijdens de bewerking.
  • Plaats klemkracht zo dat het werkstuk tegen de referenties gedrukt wordt, niet ervan weg.
  • Voorzie extra steun waar doorbuiging of resonantie te verwachten is.
  • Controleer bereikbaarheid voor frees, boor, tap, ruimer of meettaster voordat de eerste cyclus start.
  • Start proefmatig met een stabiele, niet overbelaste bewerking en luister naar trillingen of onrustige snede.
  • Controleer na de eerste stukken op maat, afdrukken, verplaatsing en oppervlakteruwheid.
  • Pas pas daarna de verspaningswaarden aan: eerst de opspanning stabiel maken, dan Vc, fz, ap of ae verfijnen.

Welke valkuilen veroorzaken verschuiven, trillen of vervorming?

Veel opspanproblemen ontstaan doordat klemkracht wordt gebruikt om een gebrek aan steun te compenseren. Meer kracht is niet automatisch beter wanneer het werkstuk dunwandig is, slecht ondersteund wordt of uit zijn referentie wordt gedrukt.

  • Te veel klemkracht gebruiken om een gebrek aan steun te compenseren.
  • Een werkstuk alleen aan de randen vastzetten terwijl de snede in het midden belasting opbouwt.
  • Geen rekening houden met vervorming van dunwandige of afgewerkte delen.
  • De opspanning beoordelen op “voelt stevig aan” zonder naar snijrichting en hefboomwerking te kijken.
  • Te grote uitkraging van werkstuk of gereedschap toelaten, waardoor chatter sneller optreedt.
  • Referentievlakken niet reinigen, waardoor het werkstuk scheef of spanningsvol opgespannen wordt.
  • Procesproblemen volledig toeschrijven aan gereedschapsslijtage, terwijl de opspanning de echte oorzaak is.
  • Bij materiaal dat gevoelig is voor koudverharding de snede laten wrijven door microbeweging in de opspanning.

Welke gegevens heeft DNS Tools BV nodig voor opspanadvies?

Voor gericht advies over opspanning zijn vooral werkstukgegevens, bewerkingstype en procescondities nodig. Hoe duidelijker de toepassing wordt omschreven, hoe beter het opspanconcept kan worden afgestemd op stabiliteit, bereikbaarheid en vervormingsrisico.

  • Materiaal: bijvoorbeeld staal, RVS, inox, aluminium, gietijzer, non-ferro of moeilijk verspaanbaar materiaal.
  • Werkstukvorm en afmetingen: blok, plaat, ring, as, dunwandig deel, lang onderdeel of asymmetrisch stuk.
  • Bewerking: frezen, boren, tappen, ruimen, draaien, ruwen, nabewerken of combinatiebewerking.
  • Tekening of 3D-model met belangrijke referenties, toleranties en kritische oppervlakken.
  • Gewenste maatnauwkeurigheid, tolerantie en oppervlaktekwaliteit.
  • Machinegegevens, opspanruimte, nulpunt, bereikbaarheid en eventuele machinebeperkingen.
  • Gereedschapstraject, uitkraging, ap, ae, Vc, fz en gebruikte CNC-gereedschappen indien bekend.
  • Koeling: emulsie, interne koeling, lucht, droog verspanen of MQL.
  • Seriegrootte, omsteltijd, herhaalbaarheid en meetstrategie.
  • Probleemstelling: verschuiven, chatter, vervorming, afdrukken, maatverloop, slechte spaanvorm of korte standtijd.

Samengevat

De juiste opspanning kiezen draait om stijfheid, referentie en gecontroleerde krachtinleiding, niet om maximale klemkracht alleen. Wie werkstukvorm, snijkracht en ondersteuning correct combineert, voorkomt verschuiven, chatter en vervorming al vóór de eerste spaander valt.

  • Een stabiele opspanning positioneert, ondersteunt en klemt het werkstuk op een herhaalbare manier.
  • Snijkrachten moeten via stijve zones, steunpunten en logische klemrichting worden opgenomen.
  • Dunwandige of afgewerkte onderdelen vragen vaak zachte klemming en een groter contactoppervlak.
  • Trillingen worden beperkt door uitkraging, gereedschapsbaan, steun en verspaningswaarden samen te beoordelen.
  • Maak eerst de opspanning proceszeker en verfijn daarna pas Vc, fz, ap of ae.

Laat uw opspanning beoordelen door DNS Tools BV

Wilt u de juiste opspanning kiezen voor een nieuw werkstuk, een bestaand proces stabiliseren of chatter, verschuiven of vervorming verminderen? Bezorg DNS Tools BV de tekening, het materiaal, de bewerking en de huidige probleemstelling. Dan bekijken we welke richting binnen opspangereedschap voor CNC-bewerking technisch logisch is voor uw toepassing.

Veelgestelde vragen

Hoe kies je de juiste opspanning voor CNC-bewerking?

Je kiest de juiste opspanning door eerst werkstukvorm, snijkracht, referentiepunten, bereikbaarheid en vervormingsrisico te beoordelen. Pas daarna bepaal je welk spansysteem, welke steunpunten en welke klemrichting geschikt zijn.

Waarom verschuift mijn werkstuk tijdens het frezen?

Een werkstuk verschuift vaak door onvoldoende steun, een verkeerde klemrichting, te weinig contactvlak, te grote uitkraging of snijkrachten die het stuk uit zijn referentie trekken. Meer klemkracht helpt alleen wanneer het werkstuk daardoor niet vervormt.

Hoe voorkom je vervorming bij dunwandige onderdelen?

Vervorming bij dunwandige onderdelen voorkom je door klemkracht te verdelen over een groter contactoppervlak, stijve zones te ondersteunen en lokaal te hoge druk te vermijden. Zachte bekken, tussenlagen of een aangepaste ondersteuning kunnen daarbij nuttig zijn.

Wanneer is modulaire opspanning interessant?

Modulaire opspanning is interessant wanneer meerdere werkstukken, referenties of bewerkingen flexibel en herhaalbaar moeten worden opgespannen. Het is vooral nuttig als bereikbaarheid, omsteltijd en proceszekerheid samen belangrijk zijn.

Kan chatter door de opspanning komen?

Ja, chatter kan ontstaan of versterkt worden door een te lichte opspanning, onvoldoende ondersteuning, te grote uitkraging of een ongunstige afstand tussen snijpunt en klempunt. Ook gereedschapsbaan en verspaningswaarden spelen mee.

Welke gegevens zijn nodig voor goed opspanadvies?

Voor goed opspanadvies zijn materiaal, tekening, afmetingen, bewerking, machine, opspanruimte, gewenste tolerantie, oppervlaktekwaliteit, koeling, seriegrootte en de huidige probleemstelling belangrijk.

Merken

Interessant? Deel dit artikel met uw vrienden of collega's

Meer praktische verspaningstips ontvangen?

Schrijf u in en ontvang technische tips, toepassingen en updates rond snijgereedschap rechtstreeks in uw mailbox.

Gerelateerde artikels

Inovatools langere standtijd
Inovatools

Inovatools langere standtijd

Inovatools langere standtijd Een langere standtijd met Inovatools ontstaat niet alleen door een slijtvast gereedschap te kiezen. De combinatie van gereedschapsgeometrie, hardmetaalsoort, coating, snijdata, opspanning, rondloop, koeling en spaanbeheersing bepaalt hoe voorspelbaar een CNC-bewerking blijft. Voor productiebedrijven is vooral de gereedschapskost per stuk belangrijk. Een frees, boor, tap of ruimer met een hogere aankoopprijs kan economischer zijn wanneer het gereedschap meer conforme werkstukken produceert, minder machineonderbrekingen veroorzaakt en een stabielere oppervlaktekwaliteit levert. Standtijd is de gebruiksduur of het aantal bewerkte

Lees meer »
Sumitomo ACP2000
Sumitomo

Sumitomo ACP2000

Sumitomo ACP2000 Sumitomo ACP2000 is een hardmetaalkwaliteit voor wisselplaten die specifiek gericht is op het frezen van staal bij hogere snijsnelheden. De kwaliteit combineert een taai hardmetaalsubstraat met een coating die bestand is tegen slijtage en thermische scheurvorming. Toch wordt de prestaties van een Sumitomo ACP2000 wisselplaat niet alleen door de kwaliteit bepaald. Ook de freesbody, wisselplaatgeometrie, snijkantvoorbereiding, opspanning, koeling en stabiliteit van de machine hebben een directe invloed op standtijd, oppervlaktekwaliteit en proceszekerheid. Wat is Sumitomo ACP2000? Sumitomo ACP2000

Lees meer »
Hoe verleng je de standtijd bij boren in Inconel?
Ongecategoriseerd

Hoe verleng je de standtijd bij boren in Inconel?

Hoe verbeter je boren Inconel standtijd zonder uitval van boor of gatkwaliteit? Boren Inconel standtijd is een terugkerend probleem bij werkplaatsen die HRSA-materialen verspanen onder hoge thermische en mechanische belasting. Vooral CNC-operatoren, werkmeesters en methode-engineers merken dat de boor snel bot wordt, begint te piepen of onvoorspelbaar afbreekt. Wie standtijd wil verlengen, moet niet naar één parameter kijken, maar naar de volledige combinatie van gereedschap, snijstrategie, koeling en machinegedrag. Wat bepaalt de standtijd bij boren in Inconel? Inconel en andere

Lees meer »

Waarmee kunnen we helpen?

Kies hieronder hoe u ons het liefst contacteert.

Ma-vr bereikbaar van 08:30 tot 17:00

of