Metaalboren: zo kies je de juiste
Welke metaalboor past bij jouw materiaal en machine? In deze gids leggen we stap voor stap uit hoe je de juiste boor kiest: van het type staal en de coating tot de punthoek, de spiraalvorm en de opname. Zo boor je netter, sneller en met minder slijtage.
Een metaalboor herkennen
Een metaalboor, ook wel spiraalboor genoemd, heeft twee snijkanten die samenkomen in een scherpe punt. Kenmerkend is de spiraalvorm: dankzij die groeven worden de spanen vanzelf uit het boorgat afgevoerd terwijl je boort.
Langs de schacht lopen twee spiraalgroeven die doorgaans ongeveer twee derde van de totale lengte beslaan. Het achterste deel van de schacht dient als kolf om de boor op te spannen in de boorkop. Naast de klassieke uitvoering bestaan er intussen ook boren met drie spiralen en een getrapte punt.
- Metaalboren bestaan met een cilindrische (rechte) of een conische schacht.
- Boren met een cilindrische schacht zijn beschikbaar tot ongeveer Ø23. Vanaf Ø13 wordt de schacht afgedraaid zodat hij in een standaard boorkop past.
- Grotere boren (ongeveer Ø5 tot Ø70) hebben vaak een conische schacht. Die plaats je rechtstreeks of via een reduceerhuls in de boorspindel.

De belangrijkste onderdelen van een spiraalboor:
- Boordiameter
- Spiraallengte
- Totale lengte
- Spiraalgroef
- Punthoek (tophoek)
- Geleiderand: voorkomt dat de boor slingert en bepaalt mee de diameter van het gat.
- Ziel: de kortste afstand tussen de twee snijvlakken van de boor.
Welke soorten metaalboren zijn er?
De meeste metaalboren zijn gemaakt van HSS (hogesnelheidsstaal), veruit het meest gebruikte materiaal voor spiraalboren. Binnen HSS bestaan verschillende kwaliteiten, te onderscheiden op basis van de productiemethode (rolgewalst of geslepen) en de legering (met of zonder kobalt). Daarnaast bestaan er boren uit poederstaal en uit VHM (volhardmetaal), die vooral op CNC-machines worden ingezet.
HSS-R: rolgewalste boren
Bij HSS-R wordt vertrokken van ongehard materiaal waarin de spiraalgroeven worden geperst (gewalst). Pas in de eindfase wordt de boor gehard. Het walsen levert een lage ruwheid op, wat de spaanafvoer ten goede komt, en houdt de staalstructuur intact, wat de taaiheid verbetert.
Je herkent een rolgewalste boor aan de extra rand aan de zijde van het snijgedeelte en aan het einde van de spiraal.
- Hoge taaiheid.
- Vlotte spaanafvoer.
- Meestal de voordeligste in aankoop.
- Nadeel: worden doorgaans sneller bot, waardoor de snijcapaciteit afneemt.
- Geschikt voor: handboormachines, kolomboormachines en magneetboormachines.
HSS-G: geslepen boren
Bij HSS-G (soms HSS-S genoemd) worden de groeven niet geperst maar geslepen in het reeds geharde materiaal. Dat geeft scherpere boren met een duidelijk betere maatnauwkeurigheid. Voor geslepen boren wordt vaak hoogwaardiger materiaal gebruikt, tot en met kobaltgelegeerd staal (zie HSS-E hieronder).
- Scherpere snijkanten.
- Hogere maatnauwkeurigheid.
- Langere levensduur.
- Nadeel: doorgaans iets duurder in aankoop.
- Geschikt voor: handboormachines, kolomboormachines en magneetboormachines.
Let op het verschil R / G / E. HSS-R en HSS-G slaan op de productiemethode (rolgewalst tegenover geslepen). HSS-E slaat op de legering: het is HSS met kobalt (HSS-Co). Een geslepen boor kan dus ook in een kobaltvariant bestaan. Verwar de begrippen niet.
VHM-boren (volhardmetaal)
VHM-boren zijn gemaakt van volhardmetaal, een composiet van carbiden (onder meer wolfraamcarbide, tantaalcarbide, titaancarbide en niobiumcarbide) met kobalt als bindmiddel. Het resultaat is een extreem hard en slijtvast gereedschap.
- Zeer hard en zeer slijtvast.
- Goed bestand tegen warmte.
- Weinig flexibel: breekt sneller bij instabiliteit of trillingen.
- Geschikt voor: bewerkingscentra en CNC-machines.
Wanneer kiezen voor VHM?
- Verspanen aan zeer hoge snelheden.
- Intensieve of seriematige productie.
- Werkstuk uit hard materiaal.
- Machine die hoge toerentallen levert.
- Een trillingsvrije, stabiele opspanning.
Boren uit poederstaal
Poederstaal ontstaat door metaalkorrels in poedervorm te mengen, samen te persen in een mal en te verhitten tot net onder het smeltpunt. Daardoor neemt het aantal contactpunten tussen de korrels toe en krijg je een bijzonder hard en homogeen materiaal.
- Kwalitatiever dan standaard HSS.
- Goedkoper dan VHM.
- Breekt minder snel, dus ook bruikbaar op oudere machines met meer trillingen of lagere snelheden.
- Prijs-kwaliteit zeer interessant.
Wanneer kiezen voor poederstaal?
- Als je sneller wil werken dan met HSS of HSS-E.
- Als je machine de zeer hoge toerentallen voor VHM niet haalt.
- Als je snel wil werken maar de opspanning niet stabiel genoeg is voor VHM.
Coatings en uitvoeringen kiezen
Metaalboren bestaan in verschillende uitvoeringen en met diverse coatings. Samen met de juiste snijsnelheid verlengen die de levensduur van de boor aanzienlijk. De belangrijkste op een rij.
Blank: standaarduitvoering
- Het basismateriaal zonder bewerking of coating.
- Voorbeeld: een standaard HSS-boor.
Zwart gevaporiseerd
- Veel toegepast op HSS-boren.
- Gaat roest tegen en zorgt voor een vlottere spaanafvoer omdat spanen minder makkelijk hechten aan het gereedschap.
HSS-Co (HSS-E): kobaltgelegeerd
HSS-Co, ook HSS-E genoemd, is HSS met een kleine toevoeging kobalt (meestal 5 of 8 procent). De kobalt verbetert de slijtvastheid bij hoge temperaturen, waardoor de boor langer scherp en stevig blijft. Daar staat een iets hogere prijs tegenover.
- Geschikt voor harde materialen zoals RVS en inox.
- Presteert ook prima in zachtere materialen.
- HSS-Co 5 procent: voor toepassingen met meer trillingen, bijvoorbeeld handboormachines.
- HSS-Co 8 procent: voor stationaire machines met constantere verspaning en minder trillingen.
Titaniumnitride (TiN)
Gereedschap met een TiN-coating herken je aan de goudkleur. De coating verhoogt de taaiheid en beschermt de snijvlakken, zodat de boor langer scherp blijft. Bovendien daalt de wrijving tussen boor en werkstuk, wat minder warmte oplevert en hogere snelheden toelaat.
- Hoge hardheid en goede hechting.
- Goede temperatuur- en chemische bestendigheid.
- Toepassing: bewerken van staal en aluminium.
Titanium-aluminiumnitride (TiAlN)
Deze universeel inzetbare coating herken je aan de zwartblauwe kleur. TiAlN is uiterst warmtebestendig en resistent tegen oxidatie, wat hogere snelheden mogelijk maakt. Afhankelijk van de techniek kan een boor met TiAlN tot meerdere keren langer meegaan dan een ongecoate boor.
- Hoge hardheid en lage wrijving.
- Goede temperatuurbestendigheid.
- Toepassing: staal, gelegeerd staal en gehard staal.
Lengte bij metaalboren
Metaalboren zijn beschikbaar in verschillende lengtes, elk vastgelegd in een DIN-norm.
| Lengte | DIN-norm |
|---|---|
| Kort (stub) | DIN 1897 |
| Standaard | DIN 338 |
| Standaard plus | DIN 340 |
| (Extra) lang | DIN 1869 (1/2/3) |
| Gewone morseconusboor | DIN 345 |
| Lange morseconusboor | DIN 341 |
| Extra lange morseconusboor | DIN 1871 |
Keuze van de punthoek
De punt van een spiraalboor noemen we de punthoek of tophoek. Die bepaalt mee hoe vlot en efficiënt de boor door het metaal dringt. De twee meest gebruikte hoeken zijn 118 en 135 graden.
Punthoek 118 graden
- De standaard voor metaalboren.
- Voor algemeen gebruik en zachtere materialen zoals messing, koper en aluminium.
Punthoek 135 graden
- Voor hardere materialen zoals inox en RVS, vaak in combinatie met HSS-Co. De minder scherpe hoek geeft een betere centrering bij het aanboren.
- Meestal zelfcentrerend.
- Ook geschikt voor (dunne) plaatmaterialen, omdat de boor zich minder snel door het materiaal trekt.
Voordelen van zelfcentrerende boren
- Uitstekende centrering, voorboren wordt overbodig.
- Dringt makkelijker in het werkstuk, ook op gebogen oppervlakken.
- Verloopt niet en boort op de juiste plaats bij manueel boren.
- Lagere snijkrachten.
- Nauwkeurigere, perfect ronde gaten.
Spiraalvormen bij metaalboren
Niet alleen de lengte, maar ook de spiraalvorm is genormeerd (DIN 1836). De juiste vorm hangt af van het materiaal dat je bewerkt.
Normale spiraal (type N)
Voor materialen met een normale hardheid en treksterkte.
Flauwe spiraal (type H)
- Voor harde tot taaiharde materialen.
- Voor kortspanige materialen.
Sterke spiraal (type W)
Voor zachte, taaie en langspanige materialen.
Parabolische spiraal
- Voor harde tot zeer harde materialen bij een onderbroken voeding.
- Speciaal voor seriematige producties.
Diepgatspiraal (type TS)
Voor zeer diepe gaten. Boren met deze vorm noemen we ook diepgatboren.
Spiraalhoek
Naast de punthoek heeft ook de spiraalgroef zelf een hoek. Die kies je op basis van het materiaal en de toepassing.
40 graden
- Voor harde materialen.
- Vlot boren dankzij snelle spaanbreking en spaanafvoer.
- Combineert perfect met een diepgatspiraal voor diepe gaten in harde materialen.
- Minder geschikt voor dunne platen, omdat de boor zich nogal agressief door het materiaal trekt.
30 graden
Voor het boren van standaardmaterialen.
15 graden
Voor zachtere en langspanige materialen.
Aansluitingen bij metaalboren
De aansluiting (ook opname genoemd) bepaalt hoe je de boor in de machine spant. Er zijn vier veelvoorkomende types.
Cilindrische schacht
- Te herkennen aan de rechte schacht.
- Beschikbaar tot ongeveer Ø20.
- Plaats je in de boorkop van de machine.
Afgedraaide schacht
- Bij boren met een rechte schacht kan die vanaf 13,5 mm afgedraaid worden tot 13 mm, zodat de boor in een standaard boorkop past.
- Plaats je in de boorkop van de machine.
Morseconus
Een morseconus is een conisch aansluitingstype waarmee je verspanend gereedschap, zoals een metaalboor, vastklemt in een machine (bijvoorbeeld een kolomboormachine of een draaibank).
Snelwisselsysteem (bijvoorbeeld VersaDrive)
Wie met verschillende toestellen boort, van stationaire machines tot accugereedschap, heeft normaal voor elk toestel een aparte set gereedschappen nodig. Een snelwisselsysteem lost dat op met universele opnames en adapters, zodat je hetzelfde gereedschap op meerdere machines kunt monteren.
Bekijk ons assortiment metaalboren of vraag vrijblijvend advies aan ons team.
Veelgestelde vragen over metaalboren
Welke boor gebruik ik voor RVS of inox?
Voor RVS en inox kies je bij voorkeur een HSS-Co (HSS-E) boor met een punthoek van 135 graden. De kobalt verhoogt de warmte- en slijtvastheid, en de stompere punthoek zorgt voor een betere centrering in harde materialen.
Wat is het verschil tussen HSS-R en HSS-G?
HSS-R is rolgewalst: de groeven worden in het materiaal geperst. Dat geeft een taaie, voordelige boor die sneller bot wordt. HSS-G is geslepen: de groeven worden in gehard materiaal geslepen, wat scherpere, nauwkeurigere boren met een langere levensduur oplevert, tegen een iets hogere prijs.
Wanneer kies ik 118 graden en wanneer 135 graden?
118 graden is de standaard voor algemeen gebruik en zachtere materialen zoals aluminium, koper en messing. 135 graden gebruik je voor hardere materialen zoals inox en RVS en voor (dunne) plaatmaterialen, omdat die hoek beter centreert en de boor zich minder snel door het materiaal trekt.
Wanneer kies ik voor VHM in plaats van HSS?
Kies VHM bij hoge snijsnelheden, intensieve of seriematige productie en harde materialen, op voorwaarde dat je machine hoge toerentallen levert en de opspanning trillingsvrij is. Is je opspanning minder stabiel, dan is poederstaal vaak een betere keuze.
Heeft een coating echt zin?
Ja. Een coating zoals TiN of TiAlN verlaagt de wrijving en de warmteontwikkeling, waardoor de boor langer scherp blijft en je sneller kunt werken. Afhankelijk van de toepassing kan een gecoate boor meerdere keren langer meegaan dan een ongecoate variant.






















